Het woonhuis
Naast het restaurant en het gebouw dat we nu aan het verbouwen zijn, hebben we ook een woonhuis. Dit ligt direct aan het water. Iedere ochtend genieten we in de serre van het uitzicht over het water, wat voor weer het ook is, het is altijd prachtig.
Aan dit huis gaan we nu nog niets doen. Als eerste richten wij ons op de kamers en de infra daarom heen, daar gaan wij tenslotte onze centjes mee verdienen. En tijdens de bezichtiging zag het er ook wel oké uit. Absoluut niet onze stijl, maar prima verder. En dan trek je er echt in en blijkt één van de ramen lek en daardoor heel wazig. De kozijnen toch wel echt verrot, alle verf is eraf. De vloer heeft een drastische schoonmaakbeurt nodig en zo ook de keuken en de badkamer. Aan de gevel hangen markiezen voor de ramen, deze zijn van plastic en hard aan vervanging toe, dus er gelijk afgehaald.
De houtkachel is in eerste instantie te gevaarlijk om te gebruiken en aangezien fikkie stoken de favoriete bezigheid is van Erwin, werd deze als eerst met professionele hulp van Martin de Lang hersteld.
Vervolgens ben ik buiten en hoor ik met tussenposen een hard gepiep. ‘Wat is dat toch?’ Ik naar binnen en bij één van de brandmelders waren de batterijen hard aan vervanging toe. En de dag daarop de volgende en de andere twee dienden zich ook snel aan. Vervolgens stopte de vaatwasser ermee.
Op zich natuurlijk allemaal pinuts. We zitten warm, kunnen lekker douchen en met onze eigen spullen erin, is het echt wel gezellig. Toch was er nog wel een heel onaangename verrassing voor ons achtergelaten. De eerste weken had ik allemaal bultjes en jeuk op mijn onderbenen. Totaal geen idee van wat het was, ging ik natuurlijk op de raadgever van deze tijd speuren en moest tot de conclusie komen dat het vlooienbeten waren. Alle artikelen gelezen en direct van start gegaan met alle tips. Met witte sokken aan door het huis gelopen en ja hoor daar zag je ze wel op zitten. De gordijnen eraf gehaald en weggegooid, alle vitrage gewassen, iedere dag 2x gestofzuigd, een bord met water/zeepsop en een kaarsje erin op de grond gezet, gedweild met water en azijn en ga zomaar door.
Op een gegeven moment dacht ik dat ik de vlooien onder controle had. Toen dochterlief op bezoek kwam, binnen vijf minuten had zij de eerste beet te pakken. Whaaaaa, paniek! Direct de bestrijdingsdienst gebeld. Zij raadden mij aan om toch echt eerst een spuitbus te proberen van Welkoop. Alle plinten en kieren ingespoten en nu maar fingers crossed dat dit afdoende is.

